Voorstanders van softwareoctrooien stellen de hele tijd dat softwarepatenten tot dusver geen praktisch probleem geweest zijn, of meer specifiek, dat midden- en kleinbedrijf en open-source software tot dusver niet geleden heeft onder softwareoctrooien.
Het is niet waar dat softwareoctrooien tot nu toe niet op grote schaal zijn afgedwongen.
Het is zelfs gebeurd dat IT-gerichte websites twee of drie octrooi-gerelateerde incidenten op dezelfde dag meldden. Beursgenoteerde octrooiprofiteurs zoals Acacia en Forgent dwingen octrooien af van een groot aantal bedrijven tegelijkertijd, en kijken in toenemende mate naar mogelijkheden binnen Europa.
Dinsdag waarschuwde het bedrijf Microsoft Aziatische regeringen dat ze
octrooirechtzaken riskeerden als ze het Linux besturingssysteem zouden
gebruiken in plaats van Microsoft Windows.
Reuters (18 november 2004)
Deze softwareoctrooizaken die in de rechtszaal worden uitgevochten zijn nog niet eens het topje van de ijsberg.
De aard van octrooidisputen is zodanig dat ze meestal niet bij de rechtbank terechtkomen. De meeste bedrijven, in het bijzonder kleine en middelgrote, kunnen zich dure octrooiprocedures niet veroorloven en, belangrijker, kunnen het risico niet lopen dat een rechter hen opdraagt om te stoppen met het verkopen van enkele of al hun produkten. Dus moeten ze betalen of andere concessies doen aan de octrooihouders.
Het is in het algemeen onverantwoordelijk om een toekomstige bedreiging te ontkennen, gebaseerd op het verleden.
Diegenen die zeggen dat open-source software tot bloei is gekomen in de V.S. ondanks brede patenteerbaarheid van software, springen naar een ontoelaatbare conclusie. Er waren ook veel mensen die voor 11 september zeiden dat luchthavenbeveiliging voldoende was. Als er een risico bestaat, dan moet men er rekening mee houden. Als een wetsvoorstel een risico creëert of groter maakt, dan moet het worden aangepast zodat het veiligheid biedt. Wijsheid achteraf is niet voldoende. Europa moet niet wachten op het equivalent van 11 september met betrekking tot softwareoctrooien.
De meeste octrooihouders wachten de uitkomst af van het wetgevingsproces in de EU voordat ze veel actie ondernemen.
Ten eerste willen ze de juridische basis hebben om hun octrooien af te kunnen dwingen. De wetgeving die het Europees Parlement in september 2003 voorstelde zou het nagenoeg onmogelijk maken om octrooien af te dwingen van ontwikkelaars en gebruikers van software. Andere voorgestelde versies van de EU-richtlijn zouden, als zij effect zouden krijgen, uitmonden in het op grote schaal afdwingen van octrooien. Gegeven de onzekerheid over de uitkomst van het wetgevende proces, zou een octrooihouder die vandaag een rechtzaak start de zaak kunnen verliezen. Eveneens weten octrooihouders dat iedere activiteit om octrooien af te dwingen in Europa, het in deze fase waarschijnlijker maakt dat de EU softwareoctrooien niet afdwingbaar verklaart.
De octrooidreiging voor open-source software is geen vraag van het verleden, maar één van toekomstige groei.
Tot aan een bepaald succesniveau hebben de marktleiders van vandaag geen grote motivatie om octrooien tegen open source te gebruiken. Er is echter een pijngrens, en niemand kan precies voorspellen waar die ligt. Boven die grens zal het risico aanzienlijk groter zijn dan in het verleden gebruikelijk was.
Klik hier om te lezen over de misleiding dat de ratificatie van softwareoctrooien nodig zou zijn voor harmonisatiedoeleinden