Het wetgevende proces dat een Europese softwareoctrooienrichtlijn moet voortbrengen is al enkele jaren gaande. Het bevindt zich nu in de beslissende fase waarbij een uiteindelijke beslissing binnen enkele maanden (al dan niet) genomen zou kunnen worden.
De vergezochte interpretatie van de Europese Octrooiconventie door het Europees Octrooibureau heeft geleid tot significante discrepanties tussen nationale jurisdicties.
Degenen die getracht hebben door het EOB uitgegeven octrooien af te dwingen, konden dit niet doen op een betrouwbare basis. In sommige landen waren rechters niet genegen om die octrooien te erkennen, terwijl in andere landen dit juist wel de regel was. Er is zelfs enige inconsistentie tussen de wijze waarop rechtbanken binnen hetzelfde land, of verschillende rechters binnen dezelfde rechtbank, gevonnist hebben op pogingen om dergelijke softwareoctrooien af te dwingen.
De Europese Commissie besloot dat het tijd werd om EU-brede uniformiteit te hebben met betrekking tot softwareoctrooien, maar haar initiatief gaat over veel meer dan dat.
Het is zeker juist om te zeggen dat een enkele markt zoals de EU een maximumniveau van consistentie zou moeten kennen voor alles dat met handel te maken heeft. Er zou geen fundamenteel verschil moeten bestaan tussen de afdwingbaarheid van hetzelfde octrooi in, bijvoorbeeld, het Groot-Brittannië versus Italië. De commissaris voor de Internet Markt die het initiatief nam (Frits Bolkestein) stelde echter doelen die verder dan dat gingen. Hij wilde in feite óók de reikwijdte van octrooieerbaarheid oprekken.
Een EU-richtlijn over softwareoctrooien kan slechts een indirect effect hebben op het Europees Octrooibureau.
Het EOB is geen EU-instelling en is daarom niet formeel gebonden aan enige EU-wetgeving. Het is gebonden aan de Europese Octrooiconventie uit 1974, welke een apart multi-nationaal verdrag is waarvan niet-EU-leden zoals Zwitserland ook lid zijn. Er is echter een gigantische overlapping tussen de lidstaten van de EU en die van de Europese Octrooiconventie. De overlapping tussen beide lidmaatschappen is in de praktijk ruim 90% van de potentiële markt. Als het EOB daarom octrooien toekende die niet werden erkend in EU-lidstaten, zou het te maken krijgen met vele ontevreden klanten die niet veel praktische waarde uit zulke octrooien konden halen.
Klik hier om te lezen over de codecisieprocedure van de EU