| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Banenmarkt & economieDoor softwareoctrooien te verwerpen, kan Europa een belangrijk concurrentievoordeel krijgen ten opzichte van de VS, en banen creëren in de EU. De legalisatie van softwareoctrooien zou echter het tegenovergestelde effect hebben.Op 18 mei 2004 interpreteerde de Europese Raad voor Concurrentievermogen haar doelstelling op een misleide manier. Door een politieke overeenkomst bekend te maken over een richtlijn die softwareoctrooien in de EU zou legaliseren, maakte die commissie haar naam niet waar en bewees zij Europa een slechte dienst. Ondanks dat enkele grote Europese bedrijven vragen om softwareoctrooien (deels omdat zij de kwestie niet eens begrijpen), zijn de voordelen voor de Europese economie extreem twijfelachtig terwijl de negatieve implicaties voor de hand liggen. De belangrijkste profiteurs van een dergelijke richtlijn zouden zich niet in de EU bevinden. Sterker nog, de meeste softwareoctrooien in Europa behoren tot octrooihouders buiten de EU. De EU heeft reeds een software-handelstekort ten opzichte van de VS van tientallen miljarden Euro. Een groot deel van dit bedrag is vanwege monopolies die in handen zijn van bepaalde Amerikaanse softwarebedrijven in de grootste en meest lucratieve softwaremarktsegmenten. Een monopolist vraagt altijd meer dan een redelijke marktprijs. Het is daarom in het grootste belang van de EU om een concurrerende markt te garanderen waarin Europa niet teveel hoeft te betalen. Het is nooit goed beleid om monopolisten te bevoordelen, waar hun thuisbasis ook is, maar het versterken van buitenlandse monopolisten is zelfbeschadigend gedrag.
"Meer octrooien in meer bedrijfstakken en met een grotere breedte zijn niet altijd de beste wijze om consumentenwelvaart te maximaliseren."
Er zijn vele redenen waarom de EU beter af is als het softwareoctrooien niet toestaat dan wanneer ze hen legaliseert.
Dit zijn de belangrijkste redenen:
1. Softwareoctrooien plaatsen de eigen softwareindustrie op achterstand. Softwareoctrooien versterken grote spelers van buiten de EU, ten koste van kleine en middelgrote ondernemingen. Met uitzondering van SAP bestaat Europa's software-industrie uit midden- en kleinbedrijf. Bovendien heeft Europa als geboorteplaats van essentiële open source-projecten en als early-adopter-markt voor open source, een mogelijkheid om groei en nieuwe banen te creëren die gerelateerd zijn aan open source. Sommige van de gerelateerde mogelijkheden zouden richting Azië kunnen gaan, waar overheden nog meer steun bieden aan open source-software en waarbij de kans minder groot is dan bij de EU dat ze open source onder het octrooisysteem laten lijden. 2. Softwareoctrooien verhogen de kosten van software en van goederen die software bevatten voor overheidsinstellingen, ondernemingen en consumenten in Europa. Zonder softwareoctrooien is open source software een mogelijkheid die zijn weerga niet kent voor het omlaag brengen van het prijsniveau van standaard software. Die kans moet niet te grabbel gegooid worden. Europa moet zich deze kostenbesparingen realiseren en hen investeren in haar eigen groei. 3. Een beter concurrerende softwaremarkt betekent meer innovatie, en dat resulteert in een hogere produktiviteit in alle sectoren waar software gebruikt wordt. Gecombineerd met bovengenoemde kostenbesparingen zou dit een belangrijk concurrentievoordeel betekenen ten opzichte van de VS die steeds meer geplaagd worden door patenten.
"Het milde intellectueel eigendom-klimaat heeft in het verleden geleid tot een zeer innovatieve en concurrerende software-industrie met lage drempels voor toetreding tot de markt. Softwarepatenten, die dienen om uitvindingen van niet-technische aard te beschermen, kunnen dit hoge innovatietempo om zeep helpen".
4. Het octrooisysteem brengt een verscheidenheid aan directe en indirecte kosten met zich mee, en er is geen economisch bewijs dat deze rechtvaardigt.
De toenemende kosten van het octrooisysteem wordt uiteindelijk betaald door de consument. Zonder zeer sterke aanwijzingen dat het octrooisysteem voordelig zou kunnen zijn op een bepaald gebied zou het niet verder uitgebreid moeten worden.
5. Meer banen in de produktie- en dienstenindustrie zijn waardevoller voor de algehele econimie dan meer banen in het octrooisysteem. Het creëren van banen in de octrooibureaucratie en in octrooiadvocatenkantoren is niet een manier waarop je netto meer werkgelegenheid creëert. Het octrooisysteem is economische ballast. Als het zich uitbreidt naar gebieden waar het aanzienlijke schade veroorzaakt, zoals software, dan is het goed mogelijk dat elke extra baan in het octrooisysteem indirect een aanzienlijk aantal banen vernietigt. 6. Grote bedrijven willen gewoon banen in softwareontwikkeling uitbesteden. De logica van Siemens en consorten is simpel: Ontsla 20 programmeurs in Europa, neem er 30 in dienst in Bangalore (tegen een fractie van de kosten) en stel één octrooiadvocaat aan in München die het werk van die 30 Indiase programmeurs verwerkt. Een paar jaar later zullen ze de baan van die octrooiadvocaat uitbesteden aan Roemenië. In vergelijking zijn kleine en middelgrote IT-bedrijven zeer service-gericht. Ze hebben hun werknemers dicht bij de klant nodig en moeten ook belasting betalen op de plek waar ze zijn gevestigd. |
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||