In het gebruikelijke gepingpong tussen EU-instellingen, zijn er tot nu toe drie verschillende concepten geweest van een softwareoctrooirichtlijn. De erste en de derde ervan zouden softwareoctrooien toelaten, terwijl de tweede dat niet zou doen.
Op 20 februari 2002 presenteerde de Europese Commissie haar oorspronkelijke voorstel, dat softwareoctrooien in de EU zou legaliseren.
Op het eerste gezicht leek het erop dat het voorstel voor een "richtlijn over de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen" slechts octrooien zou toelaten op door software bestuurde technische uitvindingen maar niet op softwareconcepten. Het trok echter geen duidelijke grens tussen wat men normaal gesproken verstaat onder een technische uitvinding, en pure programmalogica. Het deed dat met opzet niet omdat de hele bedoeling was om softwareoctrooien toe te laten zonder dat toe te geven.
Op 24 september 2003 nam het Europees Parlement diverse amendementen aan die, met betrekking tot softwareoctrooien, het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie 180 graden omdraaide.
Het fundamentele verschil is dat het Europees Parlement besloten had om heel duidelijk te definiëren wat een "technische" uitvinding is in de zin van de octrooiwet, en wat dat niet is. Het verwerken van gegevens was bijvoorbeeld expliciet uitgesloten van de definitie van "technisch", terwijl het besturen van natuurkrachten als een vereiste voor octrooieerbaarheid werd vastgesteld.
Dat voorstel van het Europees Parlement betekent niet dat er in het geheel geen software octrooieerbaar zou zijn.
Het vernauwt het bereik van octrooieerbaarheid tot die softwareconcepten die een significant effect in de echte wereld hebben. Het Europees Octrooibureau zou niet door kunnen gaan met zeggen dat een voortgangsbalk een "technisch effect" heeft omdat hij efficiënter gebruikt maakt van een computerscherm. Een virtueel boodschappenwagentje zou niet als technisch beschouwd kunnen worden alleen maar omdat er communicatie tussen een paar computers plaatsvindt. Een computergestuurde autorem zou echter nog steeds octrooieerbaar zijn zolang als het een betere autorem is omdat er voor het remmen van een auto besturing van natuurkrachten nodig is. En de software in een autorem zou altijd, naast potentiële octrooieerbaarheid, beschermd zijn door de Auteurswet.
Het Europees Parlement heeft eigenlijk een zeer goed gedefinieerd compromis voorgesteld.
De makers en gebruikers van standaard computersoftware zouden veilig zijn voor beschuldigingen van octrooi-inbreuk. Een programmeur die een programma schrijft zou weten dat wat hij ook schrijft, het aan hem toebehoort. Niettemin zouden waarlijk technische uitvindingen octrooieerbaar blijven zolang als het gaat om de besturing van natuurkrachten.
Op 18 mei 2004 maakte de Raad van Europa een "politiek akkoord" bekend over een andere versie van de richtlijn, die erg lijkt op degene van de Europese Commissie en die de wil van het Europees Parlement niet weerspiegelt.
De Raad van Europa ging in wezen nog verder dan de Europese Commissie met betrekking tot zogeheten "programmaconclusies". De softwareoctrooi-werkgroep van de Europese Raad bestaat voor het grootste gedeelte uit mensen die deel uitmaken van het octrooistelsel, dus het is weinig verrassend dat zij achter een uitbreiding in plaats van een beperking van octrooieerbaarheid stonden. Het politieke akkoord op 18 mei 2004 was nog geen formele overname van dat voorstel door de Raad van Europa. Er was geen formele stemming op 18 mei 2004. Daarbij, zelfs als de Europese Raad dat voorstel overnam, zou het nog steeds niet van kracht worden maar zou het teruggaan naar het Europees Parlement.
Indien u geïnteresseerd bent in het lezen van meer details over de diverse wetsvoorstellen en hun juridische betekenis, dan hebben we een aanrader.
De softwareoctrooien-critici van de FFII (Foundation for a Free Information Infrastructure) hebben meerdere teksten geproduceerd waarin specifieke kwesties inzake deze wetsvoorstellen besproken worden.
Klik hier om te lezen over de rol van diverse EU-lidstaten in het wetgevend proces