Het is zeker wenselijk om een consistent legaal raamwerk te hebben binnen een enkele markt zoals de EU. Dat heet harmonisatie. Sommigen gebruiken dat nastrevenswaardige doel als excuus om andere dingen te bereiken.
Het debat gaat niet over de vraag of de EU octrooiwetgeving met betrekking tot software zou moeten harmoniseren, maar over wat de uitkomst van harmonisatie zou moeten zijn.
Het is waar dat de afdwingbaarheid van softwareoctrooien varieert tussen Europese landen, en zelfs binnen sommige landen. Dat feit toont aan hoe betwistbaar de toekenningspraktijk van het Europees Octrooibureau is.
Om octrooiwetgeving geharmoniseerd te kunnen krijgen met betrekking tot softwareoctrooien, dient een EU-richtlijn duidelijkheid te scheppen.
Merkwaardig genoeg beweren velen van degenen die een richtlijn voorstellen met diverse mazen erin die softwareoctrooien effectief toestaan, dat hun voorstel het doel van harmonisatie dient. Als dat echter is wat ze willen, dan zouden ze achter een richtlijn moeten staan die een maximum aan duidelijkheid biedt, het is het één of het ander. De richtlijn zou òf expliciet softwareoctrooien moeten toestaan, òf ze verbieden. Als het is om ze te verbieden, dan moet dat gebeuren op een manier die waterdicht is en over de gehele EU consistente nationale wetten tot gevolg zal hebben. Het is niet erg geloofwaardig om aan te dringen op harmonisatie maar tegelijkertijd tegen een onomwonden definitie te zijn van wat patenteerbaar is en wat niet. Octrooieerbaarheid kan niet duidelijk gedefiniëerd worden zonder ook het bereik te specificeren van "technische" gebieden onder de octrooiwetgeving. Zolang als bijna alles gecategoriseerd kan worden als "technisch", zal een richtlijn alleen maar de ene onduidelijkheid inruilen tegen een andere.
Het is een zeer unilateraal perspectief om te zeggen dat tenzij iemands positie geaccepteerd wordt, er geen overeenkomst kan komen, dus dat die maar geaccepteerd moet worden.
In het wetgevende proces van de EU moeten de Raad van Europa en het Europees Parlement een middenweg vinden. Sommige lidstaten (die vertegenwoordigd zijn in de Europese Raad) verdedigen bepaalde beslissingen door te zeggen dat het de enige manier zou zijn om tot overeenkomst te komen over een richtlijn. Die positie kan ook op ieder moment ingenomen worden door het Europees Parlement en haar aanhangers, dus dit is geen steekhoudend argument voor wat dan ook.
Wat Europa verdient is een richtlijn die softwareoctrooien verwerpt.
Als het alternatief is om de praktische octrooieerbaarheid van software in steen te beitelen, mogelijk voor tientallen jaren, dan zou het het mindere kwaad zijn wanneer het wetgevingsproces zonder resultaat zou eindigen. Dat is, nogmaals, niet de beste van alle opties, maar onder bepaalde omstandigheden zou het zeker minder schade toebrengen aan de Europese economie dan een richtlijn met rampzalige consequenties. Harmonisatie is heel goed, maar kan zonodig wachten. Er zijn veel gebieden waarop Europa nog geen harmonisatie bereikt heeft. Wij hebben bijvoorbeeld ook nog geen consistente belastingpercentages door heel Europa.
Klik hier om te lezen over de misleiding dat softwareoctrooien nodig zouden zijn om Europese bedrijven te kunnen laten concurreren met hun Amerikaanse concurrenten