Diverse grote bedrijven claimen dat zij octrooien nodig hadden omdat hun softwareontwikkeling anders niet beschermd zou zijn. Die representatie is onjuist omdat er andere vormen van bescherming beschikbaar zijn.
Allereerst wordt software beschermd door auteursrecht.
Dat gaat op voor software voor personal computers zowel als voor software die ingebed is in technische apparaten, zoals een tomografie-apparaat. Als een bedrijf beweert dat er geen wettelijke bescherming zou bestaan voor zijn software zonder octrooien, dan is dat een botte leugen. Als de bewering is dat bescherming door auteursrecht onvoldoende is, dan klopt dat ook niet omdat de grootste softwarebedrijven allemaal zijn geworden wat ze zijn dankzij de auteursrechtenwet.
Het geheim houden van de broncode van software is, vanwege de complexiteit van een groot computerprogramma, een andere vorm van bescherming.
Er is geen verplichting om te broncode van software te publiceren. Sommigen doen het vrijwillig, maar deze open source-ontwikkelaars zijn toch al tegen softwareoctrooien. Zonder de broncode is het uiterst ingewikkeld en tijdrovend voor wie dan ook om de innerlijke werking van een computerprogramma te doorgronden. Voor het analyseren van een programma zonder de broncode zijn ongeveer dezelfde vaardigheden nodig, zo niet meer, als voor het vanaf nul schrijven van een programma met gelijksoortige functionaliteit. Onder die omstandigheden is het economisch dus niet zinvol om iemands code te stelen.
"De dominante wens van softwareontwikkelaars is veeleer om beschermd te worden tegen octrooien dan om beschermd te worden door octrooien."
Christian Cornelssen, FFII
Software wordt voorts beschermd door handelsmerk-wetgeving.
Een innovatief bedrijf profiteert van zijn prestaties door zijn reputatie en merkidentiteit te verbeteren. Dat stelt het altijd in staat om een hogere prijs te vragen dan diegenen die nadien zijn ideeën imiteren. Hoewel dat geen substituut is voor de beschermingsvorm die de auteurswet biedt, dient het wel genoemd te worden.
Terwijl de auteurswet een bewezen winnaar is voor software, is octrooiwetgeving economisch onbewezen.
Het staat als een paal boven water dat de software-industrie zeer innovatief en winstgevend is geworden op basis van de auteurswet. Economisch onderzoek heeft echter nog steeds geen eenduidig bewijs opgeleverd dat octrooiwetgeving goed is voor de economie en de maatschappij. Zoals met de meeste dingen zijn er profiteurs die voordeel hebben bij het octrooisysteem, maar de meeste economen zijn erg sceptisch over de voordelen ervan voor het grote publiek.
Degenen die beweren dat software octrooibescherming nodig heeft zijn meestal degenen die geld verdienen met octrooien.
Er zijn enkele grote bedrijven die geleid worden door "octrooimaniakken" maar in een aantal organisaties is het alleen de octrooiafdeling die benadrukt dat softwareoctrooien nodig zijn. Ze zeggen dat auteursrecht niet genoeg bescherming geeft omdat auteursrecht geen, of veel minder, kansen voor henzelf biedt.
Software-ontwikkelaars willen beschermd worden tegen octrooien, niet door octrooien.
De overgrote meerderheid van de software-ontwikkelaars wil dat het octrooisysteem van ze vandaan gehouden wordt. Voor heb zijn de immense risico's en substantiële kosten van het octrooisysteem zó nadelig dat de potentiële voordelen geen praktische relevantie hebben.
Klik hier om te lezen over de misleiding dat het MKB softwareoctrooien zou kunnen gebruiken tegen grote bedrijven.